Snelheid die gebruikers werkelijk merken
Een hogere score in een meetinstrument is niet hetzelfde als een site die snel voelt. Waar de winst zit die mensen daadwerkelijk ervaren, en hoe je meet op de pagina's die je klanten echt gebruiken.
- Wat snel voelt is vooral het moment dat er iets zichtbaar wordt.
- In bijna elk project zit het gewicht in de afbeeldingen.
- Meet op echte bezoeken, niet op een testscore in een lab.
- Vertraging zit meestal op één plek, niet in de hele site.
01Het eerste wat iemand ziet
Wat een bezoeker als snel ervaart, is vooral het moment dat er iets zichtbaar wordt. Een pagina die binnen een halve seconde tekst laat zien voelt sneller dan een pagina die na twee seconden ineens compleet is, ook als de tweede technisch eerder klaar is.
Daarom laad ik de opmaak die de eerste weergave bepaalt direct mee en alles wat daarna komt later. Dat is een structuurkeuze, geen optimalisatie achteraf: als de opmaak in een apart bestand staat dat eerst geladen moet worden, kun je die halve seconde niet meer halen.
Hetzelfde geldt voor lettertypen. Een pagina die wacht met tekst tonen tot het lettertype binnen is, voelt traag terwijl er niets traag aan is. Een systeemletter als terugval lost dat op.
- Kritieke opmaak direct meeladen
- Lettertypen met een terugval tonen
- Scripts uitstellen die de eerste weergave niet nodig hebben
- Vaste afmetingen zodat de pagina niet verspringt
02Beelden zijn bijna altijd de oorzaak
In vrijwel elk project dat ik overneem, zit het gewicht in de afbeeldingen. Foto's van vier keer de weergavegrootte, geen moderne formaten, en geen afmetingen in de opmaak waardoor de pagina tijdens het laden verspringt.
Beelden op maat, in een modern formaat en met vaste verhoudingen leveren meer winst dan alle andere maatregelen bij elkaar. Het is ook het eerste wat ik aanpak, omdat het meestal zonder aanpassingen aan de rest van de site kan.
Belangrijk is dat het automatisch gaat. Een redactie die zelf moet onthouden om te verkleinen, vergeet dat binnen een maand. De beeldverwerking hoort in het systeem te zitten, niet in een werkinstructie.
03Meten waar het werkelijk traag is
Een score van een meetinstrument zegt weinig over de pagina die jouw klanten het meest gebruiken. Zo'n test draait op één apparaat met één verbinding, en meestal op de homepage, terwijl het probleem in het afrekenproces zit.
Ik kijk daarom naar echte bezoeken: welke pagina's zijn traag, op welke apparaten, en in welke stap van het proces. Meestal blijkt de vertraging op één plek te zitten, bijvoorbeeld een filter op een categoriepagina of een koppeling die tijdens het afrekenen wordt aangeroepen.
Dat is te verhelpen zonder de hele site aan te pakken, en het effect is direct merkbaar voor de mensen die het meest last hadden.
- Meet op echte bezoeken, niet alleen in een test
- Kijk per pagina en per apparaat
- Let op de stappen in een proces, niet op de homepage
- Zoek naar de één of twee plekken die eruit springen
04Wat Core Web Vitals wel en niet zeggen
De meetwaarden van Google gaan over drie dingen: hoe snel het grootste element zichtbaar is, hoeveel de pagina verspringt, en hoe snel hij reageert op een handeling. Dat zijn nuttige richtlijnen, want ze meten ervaring in plaats van bestandsgrootte.
Ze zijn geen doel. Een site kan aan alle drie voldoen en toch traag voelen doordat de stap die iemand echt wil zetten lang duurt. En vindbaarheid hangt van veel meer af dan van deze cijfers.
Gebruik ze dus als signaal en niet als opdracht. Als de waarden goed zijn en gebruikers toch klagen, meet je het verkeerde.
Optimaliseer voor het moment dat iemand iets ziet en voor de pagina die het meest gebruikt wordt. De rest is meestal ruis.